Showing 1-20 of 88 items.

S. Ik zweer bij den Koran, gevuld met waarschuwingen.

Waarlijk, de ongeloovigen zijn verkleefd aan trotschheid en twist.

Hoevele geslachten hebben wij voor hen verdelgd en zij riepen om genade; maar het was geen tijd meer om aan de straf te ontkomen.

Zij zijn verbaasd, dat een uit hen geboren waarschuwer tot hen is gekomen. En de ongeloovigen zeggen: Deze man is een toovenaar en een leugenaar.

Verklaart hij dat de goden één God zijn? Waarlijk dit is eene zonderlinge zaak.

En de voornaamste lieden onder hen vertrokken, zeggende tot elkander: Gaat en volhardt in de vereering uwer goden, waarlijk; u er van af te trekken is de bedoelde zaak.

Wij hebben niet van zoo iets in den laatsten godsdienst gehoord. Dit is niets dan eene valsche uitvinding.

Werd hem bij voorkeur boven een ander onzer eene waarschuwing nedergezonden? Waarlijk, zij verkeeren in eene dwaling omtrent mijne waarschuwing; doch zij hebben mijne wraak nog niet geproefd

Zijn de schatten der genade van uwen Heer, den Machtige, den Milddadige, in hunne handen?

Is het koninkrijk der hemelen en der aarde, en van hetgeen er tusschen is, in hun bezit? Indien dit zoo is, laat het dan met ladders (touwen) ten hemel opstijgen.

Maar hunne legers, hoe talrijk die ook mochten zijn, zullen op de vlucht gejaagd worden.

Het volk van Noach, de stam van Ad en Pharao, de bezitter der staken beschuldigden, voor hen, de profeten van bedrog.

Ook de stam van Thamoed en het volk van Lot, en de bewoners van het woud nabij Madian deden dit en waren de bondgenooten tegen Gods gezanten.

Zij allen deden niet anders, dan hunne gezanten van valschheid beschuldigen, waardoor mijne wraak rechtvaardig op hen werd uitgeoefend.

En deze wachten slechts op een klank der trompet, die niet uitgesteld zal worden.

En zij zeggen spottende: O Heer! geef ons ons deel voor den dag der rekenschap.

Verdraag geduldig wat zij bedrijven en herinner hen onzen dienaar David, die met sterkte begaafd was; want hij was iemand, die zich ernstig tot God wendde.

Wij dwongen de bergen, onzen lof met hem te verkondigen, des avonds en bij het opgaan der zon;

Alsook de vogelen die zich tot hem verzamelen, en die allen dikwijls met dat doel bij hem terug keerden.

Wij stichten zijn koninkrijk, en wij gaven hem wijsheid en welsprekendheid van woorden.