Showing 1-20 of 28 items.

Waarlijk, wij zonden Noach tot zijn volk, zeggende: Waarschuw uw volk, alvorens hen eene vreeselijke straf overvalt.

Noach zeide: O mijn volk! waarlijk, ik ben een openbaar prediker voor u.

Daarom, dient den eenigen God, vreest hem en gehoorzaamt mij.

Hij zal u een gedeelte uwer zonden vergeven, en zal u uitstel verleenen tot een bepaalden tijd; want als de door God bepaalde tijd komt, zal die niet worden uitgesteld; indien gij lieden van verstand waart, zoudt gij dit weten.

Hij zeide: O Heer! waarlijk, ik heb mijn volk nacht en dag geroepen;

Maar mijne stem heeft hunnen tegenzin slechts vermeerderd.

En wanneer ik hen tot het ware geloof riep, opdat gij hun zoudt vergeven, staken zij hunne vingers in hunne ooren, en bedekten zich met hunne kleederen; zij volhardden in hunne ongeloovigheid, en versmaadden mijn raad hoovaardig.

Daarop heb ik hen in het openbaar uitgenoodigd,

En ik sprak tot hen in het openbaar. Ik vermaande hen ook in het geheim.

En ik zeide: vraagt vergiffenis van uwen Heer; want hij is vergevensgezind.

Hij zal rijkelijk regen van den hemel op u doen nederstroomen.

Hij zal u vermeerdering van welvaart en van kinderen schenken, en hij zal u tuinen geven en u met rivieren voorzien.

Wat scheelt u, dat gij niet op Gods goedheid vertrouwt?

Hij heeft u toch in verschillende vormen geschapen.

Ziet gij niet, hoe God de zeven hemelen boven elkander heeft geschapen?

En hoe hij de maan ter verlichting daarin heeft geplaatst, en dat hij de zon als tot een fakkel heeft bestemd.

God heeft ook u voortgebracht, en u uit de aarde doen voortspruiten.

Hierna zal hij u weder daarin doen terugkeeren, en hij zal u daaruit weder wegnemen, door u uit uwe graven te doen verrijzen.

God heeft de aarde als een voetkleed voor u uitgespreid.

Opdat gij langs ruime paden daar zoudt mogen wandelen.