Showing 1-20 of 227 items.

T. S. M.

Dit zijn de teekens van het duidelijke boek.

Misschien bedroeft gij u doodelijk, omdat de bewoners van Mekka niet geloovig willen worden.

Indien het ons behaagde, zouden wij hun een overtuigend teeken uit den hemel kunnen nederzenden, waarvoor zij hunne nekken nederig zouden krommen.

Maar er komt van den Barmhartige, geene nieuwe vermaning tot hen welke naar de omstandigheden dit vereischen, wordt geopenbaard, waarvan zij zich niet afwenden.

En zij hebben deze van valschheid beschuldigd; maar er zal een boodschap tot hen komen, waarmede zij niet zullen spotten.

Hebben zij de aarde niet beschouwd, en gezien hoe veel verschillende planten, van allerlei edele soorten wij daaraan doen ontspruiten?

Waarlijk, hierin is een teeken; maar het grootste deel hunner zijn ongeloovigen.

Waarlijk, uw Heer is de machtige, de barmhartige God.

Herdenk, toen uw Heer Mozes riep, zeggende: Ga tot het onrechtvaardige volk:

Het volk van Pharao. Zullen zij mij niet vreezen?

Mozes antwoordde: O Heer! waarlijk, ik vrees, dat zij mij van logen zullen beschuldigen.

En dat mijne borst vernauwd worde en dat mijn tong niet gereed zij tot spreken; wijs Aäron dus aan om mijn helper te wezen.

Ook kunnen zij mij eene misdaad tegenwerpen, en ik vrees dat zij mij zullen dooden.

God zeide: Zij zullen u volstrekt niet dooden: gaat dus met uwe teekenen; want wij zullen met u zijn, en wij willen hooren wat er tusschen u en hen geschiedt.

Gaat dus tot Pharao en zeg: Waarlijk, wij zijn de gezant van den Heer van alle schepselen.

Zend de kinderen Israëls met ons weg.

En toen zij hunne boodschap hadden overgebracht, antwoordde Pharao: Hebben wij u niet onder ons opgevoed, toen gij nog een kind waart, en hebt gij niet gedurende verscheidene jaren van uw leven onder ons gewoond?

Gij hebt de daad bedreven, welke gij bedreven hebt; en gij zijt een ondankbare.

Mozes hernam: Inderdaad, ik deed het, en ik was een van hen die dwaalden.