Showing 1-20 of 44 items.

Iemand vraagt en roept om wraak.

Over de ongeloovigen. Er zal niemand wezen, die verhinderen kan.

Dat God hen bedroeven, de meester der trappen.

Langs welke de engelen tot hem opstijgen in een dag, wiens uitgebreidheid vijftig duizend jaren bedraagt.

Daarom, verdraagt de beleedigingen van de bewoners van Mekka met lofwaardig geduld.

Want zij (de ongeloovigen) zien hunne straf ver verwijderd.

Maar wij zien die nabij.

Op een zekeren dag zal de hemel als gesmolten koper worden.

En de bergen gelijk wol van verschillende kleuren, door den wind uiteengedreven.

En een vriend zal den ander niet naar zijn toestand vragen

Hoewel zij elkander zien. De zondaar zal trachten, zich van de straf van dien dag los te koopen, door zijne kinderen op te offeren

En zijne vrouw en zijn broeder.

En zijne bloedverwanten die hem vriendschap bewezen;

En allen die op aarde zijn. Hij zal begeeren daardoor gered te worden.

Maar in geenen deele; want het hellevuur,

Dat hen bij de schedels zal grijpen,

Zal iederen persoon opeischen, die zijn rug zal hebben toegewend, en het geloof ontvlucht is.

En die rijkdommen verzameld heeft, en deze gierig ophoopt.

Waarlijk, de mensch is zeer begeerig geschapen.

Als het kwaad hem treft, is hij ternedergeslagen.